Hoe omgaan met fysieke verandering bij hoogbegaafde meisjes met autisme

Hoe omgaan met fysieke verandering bij hoogbegaafde meisjes met autisme

18 december 2018 • Artikel • Autisme en Autisme & Hoogbegaafdheid

De puberteit is voor elk meisje een rollercoaster. Het lichaam ontwikkelt zich, elke maand krijg je je regels, maar de sociale verbondenheid verandert ook. 

Dit kan allemaal heel heftig zijn voor meisjes met autisme. Zij beleven dit op hun eigen manier.

Meisjes met autisme

Het artikel over hoogbegaafde meisjes met autisme lokte heel wat reactie uit. Zo vertelde Griet me dat ze als mama van een meisje met autisme inderdaad niet de gelijkenissen aantrof met haar zoon. Het leek of alles veel subtieler en verdoken gebeurde, waardoor het een lange zoektocht werd voor ze erkenning kregen van de medische wereld. 

Vandaag schrijf ik over aandachtspunten bij de fysieke verandering van hoogbegaafde meisjes met autisme.

Algemeen

De puberteit situeert zich tussen het 9e en 21e levensjaar. 
Het is de periode waarin kinderen zich eerst tot jongeren, adolescenten en vervolgens tot volwassenen ontwikkelen. Dit vraagt heel wat verandering op verschillende domeinen. 

Fysiek

Het fysieke aspect is het meest opvallende. Kinderen worden niet alleen groter, maar hun lichaam verandert volkomen. Voor meisjes geldt: 

• Ze krijgen een groeispurt.
• Ze komen in gewicht bij.
• Ze ontwikkelen borsten en krijgen bredere heupen.
• De zweetproductie komt op gang.
• Acne wordt zichtbaar.
• Ze krijgen hun maandstonden.

Alle meisjes ondervinden hier ongemakken van, maar voor deze met autisme is het extreem moeilijk. Hun kleiner lichaamsbesef en hun gevoeligheid voor veranderingen in het algemeen zorgen voor bijkomende problemen zoals extreme angsten, depressies en eetstoornissen

Wat te doen?

Lichaamsbesef

Het lijkt dat deze meisjes geen juist lichaamsbesef of een juist inzicht in lichaamsontwikkeling hebben. Zo hebben ze het moeilijk om hun borstontwikkeling te vatten. Ze begrijpen niet wat er echt met hun lichaam gebeurt, aangezien ze de theorie niet makkelijk met hun eigen veranderende lichaam verbinden (transferproblemen). Door anderen te observeren en gedrag te kopiëren gaan ze hun initiële opvattingen compenseren. 

Op momenten van ziekte en overprikkeling vallen ze door de mand. Je merkt dat ze geen verbinding maken met hun lichaam. Ze kunnen niet aangeven waar het pijn doet, hoe ze zich voelen, … Tijdens menstruatiepijnen kunnen ze dit dan ook vaak niet correct aangeven. 

Het is van belang dit openlijk op jonge leeftijd te bespreken met deze meisjes. Dit gesprek blijft zich nog lang herhalen, omdat ze het moeilijk hebben met de transfer tussen theorie en praktijk.

Het is niet omdat ze in theorie perfect kunnen uitleggen wat er gebeurt bij een menstruatiecyclus dat ze dit ook voor zichzelf kunnen vatten. Om deze transfer makkelijker te laten lopen breng je de ontwikkeling van andere meisjes in kaart en vergelijk je deze met hun eigen ontwikkeling. 

Voor deze meisjes komen de veranderingen vaak onverwacht. Het kan grote angsten bij hen oproepen. Een goede voorbereiding met concrete voorbeelden en uitleg werkt voor hen verhelderend. Zo wordt de verandering voor hen voorspelbaar.

Hygiëne

De zweetproductie en de maandstonden vragen om bijkomende lichaamsverzorging.
Meisjes met autisme hebben van nature niet steeds door dat ze zweten.
Leer hen aan wanneer en hoeveel deodorant ze moeten gebruiken. Zoek ook naar een geurloze deodorant omwille van de mogelijke overgevoeligheid voor geuren.
Meisjes met autisme gebruiken vaak beter maandverband in plaats van tampons. Het is visueel duidelijker wanneer dit moet veranderd worden. Werk ook met schema’s indien tijdsverduidelijking noodzakelijk is.


Een meisje met autisme is zeer gevoelig voor kledij. Ze kan vb. strakke broeken en etiketten in T-shirts niet verdragen. Het dragen van een beha kan dan als storend of zelfs irriterend worden ervaren. Aan te raden is om reeds vroeger te starten met het dragen van hemdjes.

Mentaal

Naast de fysieke veranderingen zijn er ook tal van mentale veranderingen. De aanmaak van hormonen heeft zijn invloed op het mentaal welbehagen van deze meisjes.

Ook de wisselwerking met andere jongeren, beïnvloedt het mentale welzijn van jongeren. Als je weet dat dit sowieso al moeilijker verloopt bij hen, is het niet verwonderlijk dat we extra aandacht nodig hebben. 

Gevoelens

De ontwikkeling van Theory of Mind bij meisjes verloopt anders. Ze voelen vaak niet de behoefte of noodzaak om te vertellen over hun eigen gevoelens en gedachten. Dit wil niet zeggen dat ze geen eigen gevoelens en gedachten hebben, integendeel. 

Ze gaan makkelijker door middel van hun gedrag laten weten dat er iets niet in orde is voor hen. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld zich af te sluiten, vreetbuien te krijgen, agressie, ...

Bij gedragsveranderingen is de piste van de puberteit dus een invloedrijk gegeven. Wees alert voor deze (kleine) signalen. Bespreek ze openlijk.

Sociaal

De puberteit valt ook samen met de overstap naar het middelbaar. Meisjes zijn op dat moment veel bezig met hun uiterlijk en het volgen van de mode is belangrijk voor sociale aanvaarding. Een meisje met autisme heeft hier soms weinig voeling mee, draagt geen kledij volgens de mode en kan niet meepraten. Hierdoor kan ze geïsoleerd worden.

Bespreek dit en zoek samen naar oplossingen. Ook hier is het aangewezen om hier voor de puberteit reeds mee te starten.


Het is dus wel duidelijk dat de puberteit voor meisjes met autisme tot grote moeilijkheden kan leiden. Schenk er genoeg aandacht aan en maak met hen zoveel mogelijk concrete stappen zodat de veranderingen begrijpbaar voor hen zijn. 

  • Artikel
  • Ouders en Professionals
  • Autisme en Autisme & Hoogbegaafdheid

Wil je op de hoogte blijven?

Vul je e-mailadres in & ontvang alle nieuwtjes